zondag 1 mei 2016

Koningsdag, het treurigste sprookje ooit

De glorieuze staatstelevisie opent met beelden van de grote leider. Het is groot feest en alle burgers zijn opgetrommeld om de grote leider te eren, om hem te kunnen bedanken voor zijn glorieuze leiderschap. De festiviteiten zijn nationaal en groots, een waardige en koersvaste leider verdient het immers om uit alle hoeken en gaten gesteund te worden. Er zijn meerdere evenementen georganiseerd zodat alle lagen van de bevolking kunnen deelnemen aan deze heugelijke feestdag. Zo spelen kinderen spelletjes ter ere van de grote leider op de basisscholen, ondersteund door een nationaal programma. En worden er dranghekken neergezet, waarachter het volk zich verschanst om een glimp van de grote leider op te vangen. De gelukkigen die zich in de nabijheid bevinden van deze weldoener, voelen zich door zijn aanwezigheid gezegend.


Alhoewel het bovenstaande bericht een weergave lijkt van de gebeurtenissen die zich een aantal keren per jaar in Noord-Korea afspelen, is het een weergave van Koningsdag 2016. We kunnen hartelijk om landen als Noord-Korea lachen op het moment dat we het slaafse volk de niet-gekozen leider zien vereren. Maar we kijken niet op van geëmotioneerde bejaarden die bijna van geluk ineenstorten wanneer ze zich in de buurt bevinden van een paar omhooggevallen Duitsers die op de een of andere manier op de Nederlandse troon zijn beland. Dan kijken we ineens niet meer op van Koningsspelen op het schoolplein of andere festiviteiten die het Nederlandse staatshoofd vereren. Het is niets anders dan een schattig toneelstukje, een sprookje voor de Privé-, Story- en Telegraaflezers die zich maar al te graag op de koninklijke familie storten en ze bewonderen alsof het door god gezonden verlossers zijn.

De familie bewoog zich door Zwolle voort en werd gedwongen om diverse (soms pijnlijk slechte) optredens te bekijken om vervolgens vriendelijk te knikken zonder een zweem van afkeuring of vermoeidheid te laten blijken. Het was naar mijn mening een soort zelfkastijding om de gespeelde en sprookjesachtige Koningsdag te kijken, de knulligheid deed me erg veel denken aan de intocht van Sinterklaas waarbij een aantal volwassen nog niet doorhebben dat het allemaal niet echt is. En terwijl de koning langs een paar kraampjes loopt om vervult van nieuwsgierigheid te vragen wat voor geweldige producten er in dat kraampje te koop zijn, begint Amalia zich af te vragen wat haar allemaal boven het hoofd hangt. Wil ze dit wel? Dit gedoe? Voordat ze het weet staat ze over twintig jaar ergens op een marktplein te luisteren naar het plaatselijke bejaardenkoor. Een nachtmerrie die bij elkaar gehouden wordt door een begeleider van het bejaardentehuis die er als dirigent geen feestje van weet te bouwen, want iemand die kasplantjes verzorgd is het immers niet gewend om de bloemetjes buiten te zetten. Dat ze, net als haar vader, altijd in de spotlights staat en dat elke emotie die ze toont (in het geval van Amalia is dat er slechts één) door minimaal vijf fotografen wordt vastgelegd.


Amalia gaat het anders doen. Ze gaat niet rondtoeren in die verschrikkelijke, zwarte bus. Ze heeft geen zin om de adem van Pieter van Vollenhoven in haar nek te voelen. Ze wil niet zien hoe Prinses Laurentien op onhandige wijze een oranje-tompouce in haar mik aan het schuiven is. Ze heeft geen zin in al dat gezwets om haar heen van monarchen zoals de dan inmiddels bejaarde Alexander, die op dergelijke feestdagen meer alcohol dan blauw in zijn bloed heeft. Ze wil alleen zijn en geen kraampjes bezichtigen. Bij Koninginnedag 2046 in Haaksbergen crost ze in een monstertruc over het marktplein en elke omstander die een foto wil maken, een handje wil schudden of een praatje wil maken, is zijn leven niet zeker. En wanneer ze een stukje moet lopen, laat ze zich maar vervoeren door een Segway. Ze heeft ook absoluut geen zin om discussies aan te gaan rond Prinsjesdag. De critici die beweren dat de slaven die op de zijkant van de Gouden Koets zijn getekend verwijdert moeten worden omdat ze ‘niet meer van deze tijd zijn’, worden door Amalia tot aan de schoenzolen afgebrand. Hoezo? Alsof rijden in een koets met acht paarden ervoor wél van deze tijd is!? Op deze manier zou ze de monarchie nog wel even zien zitten, anders niet. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten