zondag 29 november 2015

We zijn niet in oorlog!

De barman van een mooie, Schotse pub staat rustig achter zijn bar. Terwijl zijn klanten diverse drankjes nuttigen, waaronder de beroemde Schotse whisky, maakt hij de glazen schoon. Een bakje pinda’s wordt bijgevuld en de barman kijkt een beetje rustig om zich heen. Vervolgens slaat verderop de vlam in de pan. Ajaxsupporters sloegen een naburige pub de boel kort en klein. Iedereen vlucht, alsof de Vikingen de stad net hebben betreden, de pub uit. En terwijl iedereen wegvlucht, wordt de barman ontvangen door briesende hooligans met ijzeren pijpen. Terwijl hij op de grond wordt geworpen bewerken ze hem met ijzeren staven waarna ze op zijn hoofd dansen. Nederland heeft zichzelf weer op de kaart gezet. Een groep doorgeslagen voetbal-fanatici rent als een hersen- en herderloze kudde door Schotland om een beschaafd Hollands visitekaartje achter te laten. Het maakt niet uit of ze hebben gewonnen of verloren: hebben ze verloren? Dan zijn ze woedend en slaan ze alles kort en klein! Hebben ze gewonnen? Dan zijn ze blij en in hun euforie slaan ze alles kort en klein. Probeer er met je verstand maar eens bij te komen.

zondag 22 november 2015

We zijn in oorlog!

Het is stilte op straat is het ware geluid van de angst die onder de bevolking leeft. Zwaar bepantserde busjes rijden door de lege straten, elitetroepen liggen met bivakmutsen en machinegeweren de wacht te houden: het leven staat stil. Af en toe rijdt er een fietser langs en soms loopt een bejaarde naar de glasbak, het kloppende hart van de stad lijkt echter verdwenen. Bijna niemand durft zijn restaurant open te houden, er hangt een deken van rouw en angst over het doorgaans zo levendige Brussel. In restaurants in de omgeving die de deuren voor klanten geopend houden, heerst een gespannen sfeer. Als de angstige sfeer nog langer zal aanhouden, dan zal het tot een punt komen waarin klanten met een beginnend, klein zwart baardje een fooi van het personeel krijgen wanneer ze zich gedeisd zullen houden.

Europa is in het gezicht geslagen, de vijand heeft toegeslagen in het hart van West-Europa: Parijs. En alhoewel de burgervaders van Nederland de burgers aansporen om gewoon naar de concerten en voetbalwedstrijden te gaan, is er toch sprake van een zekere spanning. Want de vraag die altijd zal luiden is: waar zullen ze straks toeslaan? Je kan moeilijk álles beveiligen, alhoewel we al een eind op weg zijn. Brussel ligt al een paar dagen plat, maar volgens de autoriteiten is er “geen reden om in paniek te raken”, een begrijpelijke oproep; maar hoe geloofwaardig komt dat op de inwoners over?

Er is uiteraard een debat gaande over de aanpak van terreur, ook Donald Trump had met het oog op de presidentsverkiezingen een mooie, intellectuele toevoeging aan het debat: als de Parijzenaren wapens hadden gehad, was het heel anders afgelopen. U hoort het geluid van een populistische, doorgedraaide republikein die wanhopige uitspraken doet om zijn resultaat in de peilingen wat op te krikken. Maar omdat het erop lijkt dat deze terreurdreiging niet snel zal verdwijnen, zullen we er mee moeten leren leven. Op een gegeven moment kijkt men niet zo meer op van veiligheidsmaatregelen en verijdelde aanslagen. Vroeger bedacht een luie leerling als spijbelsmoesje dat hij ziek was, in de toekomst belt hij de school op met een slecht geïmiteerde ‘vader’-stem dat hij niet op school kan komen in verband met een terreurdreiging tijdens de wiskunde-toets waar hij niet voldoende voor heeft geleerd.

Ondertussen moeten we ons wellicht gaan afvragen in hoeverre het beleid van de open grenzen n.a.v. het verdrag van Schengen nog vol te houden is. In begrijp dat het voor een handelsland als Nederland vloeken in de kerk is om te toornen aan de open grenzen binnen Europa, maar strengere maatregelen aan de grenzen lijken toch geen overbodige luxe. Terroristen kunnen vrij van A naar B reizen zonder een grenspost tegen te komen. En of de verscherpte controle en monitoring van de veiligheidsdiensten afdoende is, betwijfel ik ten zeerste. IS, Isil, ISIS of Daesh begint te merken dat ze het gevecht aan het front van de terreurstaat op termijn niet zullen winnen. En zoals we nu zien maakt een kat in het nauw rare sprongen. Zo opent IS, Isil, ISIS of Daesh kleine frontjes in Europa, de meest laffe vorm van gewapende strijd. Omdat IS, Isil, ISIS of Daesh het niet van de westerse bombardementen en Koerden (die de afgelopen tijd ineens gesteund worden omdat ze dezelfde kant op schieten) aan het front kan winnen, verplaatsen ze het front naar de weerloze burgers: lafheid ten top.


Is er nog iets geestigs gebeurd deze week? Henk Krol, onze ‘50 Plus’ bejaardenpoliticus, zat achter zijn Windows ’98 computer. Hij feliciteert Joost Zwagerman vrolijk via Facebook, niet wetend dat deze schrijver geruime tijd geleden zelfmoord heeft gepleegd. En terwijl Henk Krol een bericht op de tijdlijn van Napoleon schrijft waarbij hij hem feliciteert met het behalen van de overwinning bij de Slag bij Marengo, spreekt Mark Rutte het volk toe. Jaren heeft de premier gedroomd van dit moment, jarenlang heeft hij zijn speeches voorbereid en nu mag hij eindelijk het zinnetje uitspreken: “We zijn in oorlog”. Dit is de kans voor onze liberale premier om zich eindelijk een keer als ‘de leider met de ijzeren vuist’ te profileren. Eindelijk mag hij even voor oorlogspremier spelen. Hij maande het volk tot kalmte, iedereen moest gewoon naar een concert en naar het restaurant gaan; dat past immers bij onze manier van leven: “we laten ons niet intimideren”. Bij deze woorden vol oorlogsretoriek steekt Churchills “We shall fight them on the beaches” toch bleekjes af, als IS, Isil, ISIS of Daesh daar niet van onder de indruk is, dan weet ik het ook niet meer. 

zondag 15 november 2015

Je suis Paris

Een weekje Parijs, het is voor velen de standaard geworden; zo’n grote stad kan door velen toch als iets kneuterigs en knus ervaren worden. Wat zullen ze gaan doen, de avond is nog jong; ze gaan uit eten, dat is immers wat je doet als je naar Parijs gaat. Maar plots wordt de gezelligheid verstomd door een ziel met een afgestorven geweten en een machinegeweer in zijn handen. De gezellige avond lijkt op de houden met bestaan; alsof de wereld plots is stilgezet. Liters onschuldig bloed vloeide er die avond in Parijs. Het terroriseren van restaurants, een stadion en een concert zijn pogingen om de inwoners van de westerse wereld in hun huizen te gijzelen, men kan er het beste op reageren door verder te gaan met leven zoals men deed.

Even leken de aanslagen in Parijs voor vele mensen het leven stil te zetten. Er was sprake van een moment van bezinning, maar ook een moment van angst; kan ik straks nog met mijn kinderen naar de intocht van sinterklaas zonder dat er iets gebeurd? Gelukkig was er, afgezien van een aantal volwassenen die protesteerde tegen een fictief figuur, niet veel te vrezen. Hoe ver is een mens in de ontwikkeling als hij opstaat met het idee: ik ga op een kinderfeest heel hard: “weg met zwarte piet roepen”, dat zal het leven van veel mensen waarschijnlijk wel beteren. Het zal overigens wel niet lang meer duren voordat ze gelijk krijgen, de zwarte pieten zullen een soort Michael-Jackson-transformatie ondergaan waardoor ze langzamerhand steeds witter worden en kleine kinderen meenemen in het grote pietenhuis.

Zwarte piet is immers ‘niet meer van deze tijd’ volgens velen, dus moeten er grote aanpassingen komen. Daarom is mijn voorstel om het sinterklaasfeest helemaal te actualiseren. Het Grote Pietenhuis wordt omgebouwd tot een asielzoekerscentrum; de pieten moeten het huis delen met Syrische vluchtelingen en pieten zonder geldig identificatiebewijs worden opgevangen in de regio van herkomst. Daarnaast moet Sinterklaas leven van een AOW. Ook wordt hij constant ondersteund door mantelzorgpiet, die drie uur per week langskomt om een nieuwe 48-uurs luier aan te trekken en een boterletter te prakken waarna deze aan de heiligman gevoerd kan worden, waarna het met chocolademelk word weggespoeld ten behoeve van de spijsvertering. Tenslotte wordt er een onderzoek naar Sinterklaas ingesteld n.a.v. de klachten van vakbondpiet over de cao, ook vindt de zedenpolitie het verdacht dat een katholieke bisschop cadeautjes geeft aan kleine kinderen, zonder er ook maar iets voor terug te vragen.

En terwijl het non-nieuws de revue passeert, kan de lekkende fractievoorzitter van commissie-stiekem even opgelucht ademhalen. Iedereen kijkt naar Parijs, de focus ligt even ergens anders. De hele week lang was Nederland gefocust op commissie stiekem: wie is de mol? Het leek een soort spannende bondfilm waar heel Nederland naar keek, niemand weet wie gebruik heeft gemaakt van zijn “License to Spill”. Het was dan ook niet zo vreemd dat het nieuws voor de aanslagen zo in het oog sprong, er was immers nog vrij weinig gebeurd; Depay die een hoed opheeft die doet vermoeden dat hij opzoek is naar de dichtstbijzijnde Klaagmuur en het doortobberen over de Russische atleten die doping hebben gebruikt. Dat laatste deed me trouwens wel even verbazen, ik had niet durven denken dat de Russen zoveel doping gebruikten, ik heb Mart Smeets immers nog nooit écht enthousiast over de Russen gehoord.


Maar al die gebeurtenissen verdampen naarmate we dichterbij het grote pijnpunt komen: Parijs en hoe nu verder? Iedereen lijkt bang en dat is niet volledig onterecht. Er mogen dan wel al een hoop aanslagen voorkomen zijn, toch is het beangstigend dat zo’n goed georganiseerde actie aan het oog van de veiligheidsdiensten is ontsnapt. Als de Franse veiligheidsdienst er al niet in slaagt om deze aanslag te voorkomen, hoe hangt de vlag er dan in Nederland bij? Ik vrees het ergste. Er is namelijk in het verleden veel bezuinigd op de AIVD, de organisatie leek overbodig en is toen door de bezuinigingen verscheurd. Met de opkomst van IS leek de AIVD echter weer belangrijk te worden en toen kwam er weer snel wat geld bij, alsof dat genoeg is wanneer de hele organisatiestructuur door bezuinigingen is kapotgemaakt! Dat is ongeveer hetzelfde als een hond doodrijden, terugrijden, uitstappen en een pleister op de dode smoel van het beest plakken in de hoop dat het weer gaat leven. Laten we hopen dat er nog een hoop leed voorkomen zal worden.